© Plusklas


Meer...
Schaf een inbindapparaat aan. De onderwerpen kunnen zo snel en netjes geordend worden. Leuke tijdschrifthouders doen de rest om de ruimte verder op te fleuren.
Schaf ook een Lamineerapparaat aan en houd aanbiedingen van diverse doe-
Loop regelmatig bij boekhandel “de Slegte” binnen. Prachtige boeken voor weinig geld.



Als de basisschool een eigen opvang voor haar meerbegaafde tot hoogbegaafde leerlingen wil gaan opstarten, is het van belang dat het gehele team hier achter staat. Anders blijft het “een eilandjeswerk” , waar de leerlingen niet mee geholpen zijn.
Het document: beleidslijnen voor een hoogbegaafdheidprotocol” is een prima leidraad om samen met het team de te nemen stappen door te lopen en zaken protocollair vast te leggen.
Niet in het minst: zorg voor een jaarlijks budget om materialen voor aan te schaffen voor deze groep kinderen.
Vaak willen scholen toch met een groepje leerlingen alvast aan de slag.
Wat is er dan op school nodig om dit snel te realiseren?
1. Allereerst een ruimte waar de leerlingen ongestoord kunnen werken, een leerkracht, die voor deze taak is vrijgeroosterd en dat structureel blijft. ( geen invaltaken).
2. Doelstelling(en) van de plusklas vastleggen. Alleen cognitieve verrijkende opdrachten, en / of specifieke sociale vaardigheidstechnieken – programma, en/of filosofie erbij betrekken………
3. Vaststellen van de groepsgrootte. 4 à 6 leerlingen maximaal aan het begin.
4. Vaststellen van samenstelling van de groep m.b.t. de leeftijden en cognitieve niveaus van de leerlingen. bijv. bovenbouwgroep / middenbouwgroep.
5. Afspraken maken met de desbetreffende leerkrachten over het gemiste programma in de groep door de plusklasleerlingen.
Aanbod:
Een gevarieerd aanbod is belangrijk voor deze groep leerlingen. Dit aanbod kan langzaam uitgebreid worden. Een aantal basismaterialen zijn echter noodzakelijk. Naast de bekende handvaardigheidmaterialen is het ook belangrijk om constructiematerialen voor deze groep kinderen te hebben. Daarbij moet je denken aan technisch lego, k’nex, lokon driehoeken en vierkanten, bouwmaterialen met magneetjes etc.
Maar ook gewone blokken, watertafel, zand ( gebruik deltazand – zand met een waslaagje, dat geeft mooie resultaten), stokken en touw, vergrootglas, lege doosjes, e.d. moeten voor handen zijn. Zorg dat deze materialen in ruime plastic dozen opgeborgen kunnen worden.
Kijk eens op de website: www.pmot.nl leuke techniek materialen, die niet al te duur zijn en waar de kinderen veel plezier aan beleven.
Waar haal je zo gauw allerlei leuke materialen/ opdrachten vandaan?
Er zijn enkele sites, die je daarbij kunnen helpen en ook enkele materialen, die al een keur aan onderwerpen aanbieden.
-
Tip: Als leerkracht kun je verschillende opdrachten uitprinten. Zorg ervoor dat je ook een gedeelte van de naslaginformatie mee uitprint. Je hebt dan een begin gemaakt voor de kinderen om de opdracht uit te werken. Daar waar zij meer informatie nodig hebben, kunnen ze gebruik maken van de computer. De leerlingen, die werkstukken willen maken, worden zo geholpen en binnen de groep verzamel je een leuk aantal items.
-
-
-
-
-
-
Er zijn natuurlijk nog veel meer sites en boeken te noemen, die niet moeten ontbreken in een orthotheek voor begaafde kinderen. Dit is slecht een eerste aanzet.
Om het samenwerken onderling te stimuleren zijn spelletjes een prima hulpmiddel. Schaken, dammen, vijf op een rij, en andere denkspelletjes.
Kijk ook een op de site: www.earthgames.nl deze organisatie verkoopt voor weinig geld leuke spelen, waarbij de kinderen moeten samen werken om het spel tot een goed einde te brengen.
Veel succes.
Lucy Stoffele-


Keuze uit onderwerpen.
Neem een beslissing of je een beperkt aantal onderwerpen aanbiedt, waaruit de leerlingen kunnen kiezen of geef je de vrije hand aan de leerlingen zelf. Zij bepalen hun eigen onderwerp.
Belangrijk voor deze groep leerlingen is het feit dat ze (weer) moeten leren samenwerken. Vaak zijn ze zo gewend om het alleen te doen, dat ze in eerste instantie dat ook t.a.v. de onderwerpen willen doen. Geef ze de opdracht dat ze minstens met tweeën een onderwerp moeten uitdiepen.