wp79286a82.png
wp4257ada7.png

    © Plusklas

wp7a2c1846.png
wp1c6291b0.png
wp32ee78b7.png
wp13be89ac.png
wp5b3a3425.png

Alle projecten hebben dezelfde werkwijze. Tevens is er bij elk project een kort overzicht van de kerndoelen opgenomen, die in dit project bereikt kunnen worden. Sommige kerndoelen worden gehaald als de leerlingen een keuzeopdracht of een “uitstapje maken” om een bepaald onderdeel uit te diepen.

 

Begeleiding.

Het is niet persé noodzakelijk, dat een interne begeleider, remedial teacher de kinderen moet begeleiden. Ook de eigen leerkracht kan de kinderen begeleiden. Wel moet er voldoende tijd en ruimte zijn voor deze begeleiding.

Voor de begeleidende leerkracht is het belangrijk om een vast tijdstip te af te spreken, waarop deze begeleiding plaatsvindt.

Denkprocessen stimuleren en de zelfstandigheid van de kinderen te vergroten en samen de lessen evalueren zijn de belangrijkste pijlers van deze begeleiding. Een deel van de lessen kan zeker zonder begeleiding door de kinderen gemaakt worden. Wel is het belangrijk, dat de stappen samen geëvalueerd worden.

Aan te bevelen is een manier, waarin het coöperatieve leren een plaats heeft. Kinderen kunnen veel van elkaar leren. Je mening geven en die van anderen goed beluisteren en beargumenteren, is een vaardigheid, die prima in dit project geoefend kan worden.

Leer de kinderen de verschillende rollen binnen het werken in een groepje, voorzitter, notulist, groepsleden.

 

De opdrachten.

In het project zijn verschillende soorten opdrachten opgenomen. Het varieert van iets op schrijven, een opzoekopdracht, een creatieve opdracht, een maak/knutselopdracht, een bezoekje brengen aan een bedrijf, deskundigen uitnodigen. Er zijn ook keuzeopdrachten en inschuifopdrachten. Deze zijn meer bedoeld als kinderen een bepaald onderwerp verder willen uitdiepen.

 

Werkvormen/ differentiatie:

Het project is op verschillende manieren te gebruiken.

De individuele leerling kan:

  1. het project in zijn geheel doorwerken.

  2. een onderdeel kiezen, waarover hij/zij meer wil weten.

  3. een eindpresentatie houden voor de groep of een kleine tentoonstelling maken.

 

Een groepje leerlingen kan:

 

  1. het project gezamenlijk geheel doorwerken.

  2. de verschillende hoofdstukken verdelen en samen een eindpresentatie in elkaar zetten.

  3. de verschillende hoofdstukken verdelen, maar wel zo dat iedereen met een maatje werkt; eindpresentatie gezamenlijk, waarbij ieder het onderdeel corresponderend met het gekozen hoofdstuk voor zijn rekening neemt.

  4. een onderdeel van het project kiezen en uitwerken.

 

Met de gehele klassikale groep kan:

 

  1. het project in zijn geheel doorgenomen worden.

  2. de klas in groepen opsplitsen. Elke groep neemt een hoofdstuk voor zijn rekening. In de kleinere groep kan weer een onderverdeling van taken gemaakt worden. De inleiding en de eindpresentatie kunnen gezamenlijk gedaan worden.

  3. een onderdeel eruit kiezen en uitwerken. Ook dit onderdeel kan weer in subgroepjes verdeeld worden.

 

De kinderen, die de plusklas bezoeken, zijn op de een of andere manier in de knoop geraakt met het onderwijs op hun scholen. Zij hebben behoefte aan:

1. Uitdagende lesstof aangeboden te krijgen, die buiten het normale patroon                van het onderwijs van de basisschool valt;

2. Te kunnen experimenteren met verschillend materiaal of vanuit een                            probleemstelling;

3. Samenwerking met andere kinderen, die hun denkniveau kunnen volgen en               daarop adequate reacties kunnen geven;

 

Daarnaast is het voor deze kinderen van belang, dat zij in een veilige omgeving ervaring kunnen opdoen met:

1.      dat taken meer tijd kunnen vragen, dan zij gewend zijn

2.      het plannen en structureren van taken

3.      het feit dat er meerdere oplossingen mogelijk zijn en er over gediscussieerd              kan worden

4.      fouten mogen maken en dat het niet erg is

5.      samenwerken met andere kinderen en de moeilijkheden, die erbij horen, leren          uitpraten en oplossingen voor bedenken

 

Mogelijkheden om tot de doelstellingen te komen.

1.      Projectlessen, die op het technisch vlak liggen of meer wereldoriënterend zijn.

2.      De opdrachten worden bewust zo gegeven, dat de kinderen tegen de                       moeilijkheden moeten oplopen en daar een oplossing voor moeten bedenken

3.      De lessen worden ondersteund, waar mogelijk is, met video beelden om de               dagelijkse praktijk dichter bij de kinderen te brengen.

4.      De school in te schakelen bij de opdrachten om zo ook in hun eigen                           schoolsituatie een open houding te bereiken voor de begaafdheid van de                  kinderen.

5.      De keuze van lesstof en/ of de opdrachten prikkelt de kinderen om op zoek te           gaan naar oplossingen. Tevens worden de kinderen gestimuleerd om op                   internet op zoek te gaan naar informatie.

6.      Tijdens de bijeenkomsten krijgen de kinderen ruim de tijd om al deze                         ervaringen uit te wisselen.

wp9cdaa4f7.png
wpa6f0aba6.png

Elk kind is trots op zijn resultaten en wil daar ook graag een ‘beoordeling” voor. In het projectonderwijs willen we het kind zélf ook betrekken in de evaluatie en beoordeling. Projectonderwijs leent zich uitstekend om een port-folio aan te leggen. Samen met de leerkracht evalueert en beoordeelt het kind het doorlopen proces en de bereikte resultaten.

Het hoofdaccent van de evaluatie en beoordeling moet liggen op het doorlopen proces van leren en ontdekken, kritisch beschouwen van de handelingen en het samen leren. De resultaten zijn er ondergeschikt aan.

wpb323ae66.png